Een dagdroom
Laatst ontving ik een schrijven van de Nederlandse overheid. Daarin stond dat Nederland, zoals bekend, een koninkrijk is. Sinds mensenheugenis eigenlijk al. Dat de monarchie voor het functioneren van het Nederlands staatsbestel van cruciaal belang is. Een sterke natiestaat schaart zich nu eenmaal eensgezind rond het staatshoofd. Dus of ik maar even via bijgaande antwoordstrook nog eens expliciet wilde bevestigen dat ik een monarchist ben. Het strookje droeg de aanhef: persoonlijke eed van trouw.

Dit was lastig. Ik vind de koning niet onaardig als persoon. Maar ik ben wel een republikein met anarchistische trekjes. Dus dat strookje invullen was eigenlijk geen optie.

Maar toen werd het mij toch iets moeilijker gemaakt. Als mijn bevestigend antwoord niet binnen een maand bij de overheid in de bus zou vallen, ging men er van uit dat ik niet langer monarchist zou zijn en ook niet van de koning hield. Daarmee verviel automatisch mijn staatsburgerschap, en zou ik een ander land moeten zoeken om mij in te vestigen. Want het zou natuurlijk niet gepast zijn als ik gebruik bleef maken van de voorzieningen die deze samenleving biedt, als ik mij niet solidair verklaarde met de monarchie als institutie en vooral met de koning als persoon.

Ik haalde diep adem om binnensmonds te protesteren, maar dat had de auteur van de circulaire kennelijk voorzien. De tekst vervolgde namelijk met de mededeling dat ik hierover maar beter niet kon protesteren, omdat het in alle ons omringende landen precies zo is geregeld. Maar voor het geval dat ik zou opteren voor het verlies van mijn Nederlanderschap, dan kreeg ik nu alvast van de overheid de beste wensen mee voor een gelukkig leven verder. Waarbij ik het voorrecht, als Nederlander geboren te zijn, natuurlijk mijn hele verdere leven zou kunnen blijven koesteren.

Inmiddels leef ik in een bananenrepubliek met een twijfelachtig regime, je moet toch wat. Gelukkig eist mijn huidige overheid niet veel meer dan eerbiediging van de wetten en is al blij als je een kleine bijdrage levert aan de samenleving. Af en toe houd ik tijd over om een beetje te mijmeren. En zo schoot mij onlangs de volgende parabel te binnen.

Er was eens een rozenkwekerij. Een van de bloemperken grensde aan de bosrand. En om de een of andere reden was een van de rozen opgebloeid naast een boom aan die bosrand. Het was een zonnig plekje, de boom bood enige beschutting, het beviel die roos eigenlijk prima. Maar de rozen in het bloemperk lachten de afgedwaalde roos hartelijk uit. “Het wordt helemaal niks met jou”, riepen ze schaterend, “je krijgt geen water, geen kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen. Wij wel, wij zijn tenminste fatsoenlijk ingebed in dit bloemperk!” En zo was het maar net. De rozen in het perk groeiden uit tot buitengewoon fraaie exemplaren, die uiteindelijk via de bloemisterij in grote vazen bij de mensen thuis wekenlang stonden te pronken.

De afgedwaalde roos bleef eenzaam achter. Tot er een klein meisje met haar vader voorbijkwam. “Kijk pappa”, riep ze, “wat een mooie roos! Die wil ik aan mama geven!” En zo kwam ook die ene roos uiteindelijk goed terecht.

Martin van der Graaff

Website bouwen als spirituele oefening

Juni 2020 

Als min of meer digibete pensionado moet je natuurlijk niet bedenken dat je zelf een website wilt bouwen. De leercurve die dan doorlopen moet worden, is zo steil als een zwarte piste. Je stapt een volledig nieuwe wereld binnen, waarvan de bewoners zich met elkaar verstaan in een onbegrijpelijk bargoens.

De instructiefilmpjes op YouTube waarmee je probeert grip te krijgen op de weerbarstige materie gaan zo snel, dat je ze om de haverklap stil moet zetten om 15 seconden terug te scrollen. Soms moet dat op dezelfde plek wel drie keer. Pas dan zie je wat die aardige jonge amerikaan met dat baseballpetje op eigenlijk aan het doen is met zijn muisaanwijzer. Je vervalt bijkans tot razernij als je ontdekt dat veel van die filmpjes brutaalweg poneren dat ze je in staat stellen om binnen twee uur je eigen site te bouwen. Je moet talloze afkortingen opzoeken om vervolgens, na de uitleg ervan, te concluderen dat deze je niet dichter bij enig begrip van de materie brengt. Het lijkt soms wel arcane wetenschap. 

Inmiddels ben ik twee maanden bezig, en de verlossende inzichten komen met kleine stapjes en in kleine porties. In die zin heeft het wel iets van de beoefening van spiritualiteit. Inayat Khan moet ongetwijfeld aan de wereld van de websitebouwers hebben gedacht toen hij stelde: “Initiatie is een stap in het onbekende”. 

Inderdaad, websitebouwen is een soort initiatie, ditmaal echter zonder het gevoel van geestverruiming waarmee een spirituele initiatie gepaard kan gaan. 

Maar hopelijk draagt mijn initiatie in deze techneutenwereld ertoe bij dat meer mensen uiteindelijk ook de initiatie meemaken waar het ons allemaal om begonnen is. En als een website van onze spirituele gemeenschap daar een bijdrage aan kan leveren, hoe klein ook, mag je je rijkelijk beloond weten.